Nina (23) geeft mensen met mentale gezondheidsproblemen de stem die ze zelf nooit had

Leestijd: 6 minuten

Slachtoffer van seksueel, huiselijk en partnergeweld in verschillende situaties; symptomen van CPTSS, borderline en ASS; onderging automutilatie en drie zelfmoordpogingen: Nina Roevens (23) heeft er beslist geen makkelijke jeugd opzitten. “Hoe hard ik het ook uitschreeuwde, er leek niemand te zijn die werkelijk luisterde”. En het luisterende oor dat ze heeft gemist, is ze dan maar zelf geworden: met haar project Give Us A Voice wil ze personen met mentale gezondheidsproblemen een stem geven.

Hoe ben je op het idee gekomen om zo’n project op poten te zetten?

“Technisch gezien is Give Us A Voice drie jaar geleden al ontstaan. Ik zat toen zelf in de donkerste periode van mijn leven. Hoe hard ik het ook uitschreeuwde – letterlijk én figuurlijk – er leek niemand te zijn die werkelijk luisterde. Mijn directe omgeving was er in die periode wel voor mij, maar niet op de manier die ik nodig had. Een hele resem aan professionelen, van psychologen en therapeuten tot psychiaters, nam mijn problemen evenmin serieus. Ik was een hoopje losgeslagen ellende dat aan zichzelf begon te twijfelen, en zat in een constante tweestrijd tussen “Ik heb hulp nodig” en “Ben ik dan toch aan het overdrijven?”. Uit die nood om gehoord te worden ontstond Give Us A Voice, omdat ik toen al zeker wist dat ik niet de enige kon zijn die zich volledig onbegrepen voelde.”

Het lijkt er dus op dat je met Give Us A Voice vooral een luisterend oor wilt bieden. Denk je dat daar tot hiertoe een gebrek aan was?

“Het is niet alleen bedoeld als luisterend oor, maar ook als megafoon. Problemen mogen niet zomaar onder het tapijt geveegd worden. Soms willen mensen nu eenmaal van de daken schreeuwen dat ze zich klote voelen, maar daar is in onze maatschappij geen plaats voor: het moet altijd goed gaan, we moeten altijd doorgaan. Begrijp me niet verkeerd, de situatie is er de laatste jaren wel op vooruit gegaan. Er wordt al meer over psychische problemen gesproken, maar nog steeds niet genoeg. Verhalen delen kan nog steeds niet zonder angst of schaamte; ik spreek uit ervaring.

Binnen dit project ben ik volledig openhartig geweest over mijn eigen mentale gezondheid, maar toch was dat altijd met een klein hartje. Ook andere mensen doen hun verhaal liever anoniem, wat ik volledig begrijp en aanvaard: daar is ook helemaal niets mis mee. Zo’n getuigenis delen vraagt nu eenmaal heel wat van een persoon, en kan ook enorm triggerend werken. Ik zou alleen willen dat mensen, wanneer ze besluiten te zwijgen over hun mentale problemen, dat doen uit zichzelf, niet uit angst voor mogelijke reacties van de maatschappij.”

Psychologen, therapeuten, psychiaters: niemand nam mijn problemen écht serieus.

Zouden we de community dan een soort van online praatgroep kunnen noemen?

“Hoewel het niet de initiële bedoeling is dat ik via het project met anderen in dialoog treed, kunnen deelnemers natuurlijk wel onderling contact opnemen. Toch zou ik het volledig zien zitten om een soort van praatgroep op te richten waarin deelnemers een safe space kunnen creëren, mocht die kans zich voordoen. Hopelijk groeit dat dan zelfs uit tot een face-to-face praatgroep voor iedereen die z’n ervaring wil delen en daarbij steun wil vinden.”

Wie kan er allemaal deelnemen aan Give Us A Voice?

“Eigenlijk iedereen die problemen ervaart met zijn/haar/hun mentale gezondheid, of ze nu een officieel label opgekleefd hebben gekregen of niet. Sommigen voel zich vaak extreem angstig, zonder dat ze het label van een angststoornis hebben gekregen, bijvoorbeeld. Maar ook mensen die niet meteen voeling hebben met mentale gezondheidsproblemen kunnen bijdragen aan het project! Ook zij maken deel uit van de doelgroep die we willen bereiken met onze verhalen, omdat we hen willen helpen om te begrijpen hoe het is om met mentale gezondheidsproblemen te kampen.”

Give Us A Voice is niet alleen een luisterend oor, maar ook een megafoon.

Je hebt momenteel een Instagramaccount en een blog aangemaakt, maar het ziet ernaar uit dat je die boodschap over nog meer kanalen wilt verspreiden. Hoe ga je dat allemaal bolwerken?

“De blog dient voornamelijk om getuigenissen op te publiceren. Die zullen telkens nagelezen en gepost worden door mij en toekomstige medewerkers. Als ik dat in het weekend kan doen, kan ik die verhalen doorheen de week posten. Op Instagram kondigen we die getuigenissen dan aan. Daarnaast willen we ook psycho-educatieve stukken brengen; daar heb ik ondertussen ook al enkele gastschrijvers voor gevonden. Vooral naar de podcast ben ik zelf het meest benieuwd. Daarin zou ik me telkens met een gastspreker in een heel breed spectrum aan mentalegezondheidsproblemen willen verdiepen.”

Ben je bang dat je bij het verwerken van alle getuigenissen zelf getriggerd zult worden?

“Nee, bang ben ik niet. Ik weet dat ik hoe dan ook getriggerd zal worden door bepaalde getuigenissen – mijn eerste trauma dateert van negentien jaar geleden, mijn laatste van twee jaar – maar ik heb geleerd hoe ik daarmee moet omgaan. Ik kan mijn verhaal gescheiden houden van dat van iemand anders, zodat ik ook dat verhaal kan valideren zonder daarbij noodzakelijk mijn eigen ervaringen te betrekken. Ik ben zelf slachtoffer van seksueel, huiselijk en partnergeweld. In mijn nabije omgeving worden die termen eigenlijk niet verkeerd gebruikt, maar ik begrijp wel dat al die verschillende termen in sommige gevallen nogal verwarrend kunnen zijn. Toch moeten ze los van elkaar gedefinieerd worden. Partnergeweld kan veel verschillende vormen aannemen, net als huiselijk geweld. Het verschil tussen de twee is dat er bij huiselijk geweld sprake is van kinderen die bij de situatie betrokken zijn. Seksueel geweld kan ook buiten een huishouden plaatsvinden.”

Ook mensen die geen mentale gezondheidsproblemen hebben, maken deel uit van de doelgroep die we met onze verhalen willen bereiken.

Heel open vertel je dat je onder meer lijdt aan depressie en CPTSS. Vind je het lastig om zo gelabeld te worden?

“Goh, ik denk dat er een keerzijde aan de medaille is. Enerzijds hebben die labels voor een bepaalde vorm van validatie gezorgd. Anderzijds word je er plots mee geconfronteerd dat er wel degelijk iets aan je scheelt, zeg maar, al ben ik er jarenlang van overtuigd geweest – en soms nog steeds – dat ik gewoon aan het overdrijven ben.”

Zoals je al aanhaalde komt de nadruk ook op psycho-educatie te liggen: je wilt naast de getuigenissen ook uitleg geven over bepaalde stoornissen, opdat mensen alles beter zouden begrijpen. Hoe belangrijk is de juiste omkadering?

“Echt enorm, om te vermijden dat stigma’s nog verder worden aangedikt. Zo zijn veel mensen er nog steeds van overtuigd dat PTSS iets is wat alleen veteranen kan overkomen. Maar anderen die een impactvol trauma zoals een verkrachting hebben meegemaakt, kampen hier eveneens mee. Een ander voorbeeld is dat veel mensen denken dat borderliners manipulatief, niet te vertrouwen zijn. In werkelijkheid is het allemaal zoveel complexer dan dat. Elke stoornis wordt gekenmerkt door een aantal vaste symptomen; een lijstje dat artsen gebruiken om tot een diagnose te komen. Maar die symptomen zijn niet bij iedereen in dezelfde mate aanwezig, natuurlijk. We kunnen toch niet een hele groep van mensen met gezondheidsproblemen over dezelfde kam scheren?”

Ja, de getuigenissen kunnen triggerend zijn, gevaarlijk zelfs. Maar dan ligt de verantwoordelijkheid bij de lezer: neemt die afstand, of leest die verder?

Sommigen zouden kunnen opperen dat je project niet volledig zonder gevaar is, omdat de getuigenissen lezers zouden kunnen triggeren, bijvoorbeeld. Hoe kijk jij daar tegenaan?

“Daar heb ik zelf ook al vaak en grondig over nagedacht. En ergens ben ik het daar wel mee eens. Net daarom ga ik de inleiding bij elke getuigenis zelf schrijven, zodat ik er een waarschuwing in kan zetten. Ik vrees dat ik niet veel meer dan dat kan doen. Zodra lezers die waarschuwing zien, wordt het hun verantwoordelijkheid: nemen ze afstand, of lezen ze het toch? Wel sta ik in als back-up: als mensen toch getriggerd zouden zijn, kunnen ze mij contacteren, zodat we samen door die trigger kunnen werken.”

Waar zou je graag over een jaar staan met Give Us A Voice?

“Ik heb zoveel ideeën, plannen en dromen voor dit project! Het liefst zou ik dit project omvormen tot een vzw en daarbij psychologische consulenten in dienst nemen, die het project samen met mij verder kunnen leiden. Daarnaast wil ik, zoals ik al zei, graag praatgroepen oprichten. Ik weet zelf welke impact het kan hebben om met iemand te praten waarmee ik bepaalde ervaringen of labels deel. Dat begrip vind je nergens anders. Ten slotte hoop ik binnen enkele weken een podcast opgestart te hebben, om de conversatie rond mentale gezondheid nog meer open te breken.”

De eerste getuigenissen vind je heel binnenkort op de Instagrampagina én de blog van Give Us A Voice.

Secondje…
Joepie!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s